PRETERIT IRREGULIER NEERLANDAIS

© 2009 - Luc De Droogh - LDD-Soft
Complète par le prétérit des verbes mis entre parenthèses!
  1. Ik (bezoeken)  ?  gisteren de oude kathedraal.
  2. Het (bestaan)  ?  al veel langer.
  3. Wij (kiezen)  ?  toen de verkeerde weg.
  4. Toen (winnen)  ?  we de wedstrijd.
  5. Waarom (lezen)  ?  je de krant niet?
  6. De man (geven)  ?  de oude dame een pakje.
  7. Hij (verliezen)  ?  al zijn geld.
  8. Meneer Mous (verzenden)  ?  ons ook een boodschap.
  9. Marlinde (vallen)  ?  met haar fiets.
  10. Het (vriezen)  ?  eergisteren nog harder.
  11. (zwijgen)  ?  Sonia maar eens een les?
  12. Dat antwoord (weten)  ?  David ook al.
  13. Hij (krijgen)  ?  geen enkel antwoord op zijn laatste brief.
  14. (zijn)  ?  die jongens dan allemaal zo sportief?
  15. Liesbeth (doen)  ?  haar best, natuurlijk!