Telefoon - Invuloefening
Vul in met het juiste woord!
bellen ♦ antwoordapparaat ♦ verkeerd ♦ verbindt ♦ hoor ♦ klantendienst ♦ haast ♦ doorgeven ♦ versta ♦ bereiken
♦ terugbellen ♦ afwezig ♦ herhalen ♦ Zodra ♦ lawaai ♦ boodschap ♦ pieptoon ♦ achter ♦ telefoontje ♦ bezet
01. De directeur is er niet. Hij is .
02. Dit is het van Dupont. Laat een boodschap na de . Piiiieeep.
03. Met een telefoon kan je .
04. Deze plaats is niet meer vrij. Ze is .
05. Laat een achter na de pieptoon.
06. De secretaresse zal de boodschap van meneer Dupont aan de directeur.
07. Als je met iemand anders wilt praten, dan de secretaresse je door met die persoon.
08. Ik heb niet veel tijd. Ik heb .
09. Kunt u dat opnieuw zeggen = Kunt u dat ?
10. Wil je wat luider spreken, want ik je niet goed.
11. De secretaresse zal je doorverbinden met iemand van de om je vraag te beantwoorden.
12. Ik heb nu geen tijd. Ik ga je later .
13. Ik hoor je slecht, want er is veel in de buurt.
14. Ik kan nu niet weg, want ik verwacht een .
15. Je moet 02/252-12-13 bellen, niet 02/252-12-14. Je hebt een nummer gebeld.
16. Ik geen Chinees.
17. ik een antwoord heb, bel ik je op.
18. "Tot hoe laat bent u te ?" - "Tot zes uur 's avonds,meneer."
.
Generated by GaPeX v.2.2 | Valid XHTML 1.0 | Valid CSS 3