Nederlands
Exercice sur le prétérit irrégulier

Si tu ne sais pas quel verbe employer, clique sur l'image.
Si tu veux voir les réponses, clique sur l'oeil.
Entre ta réponse, puis ENTER
Réponds comme suit :
Zeg, wat deed je gisteren om drie uur ? 👁
exemple :   zijn Ik bij de kapper.
  1. geven Ik les in de klas.
  2. zwemmen Ik in het zwembad.
  3. liggen Ik in mijn bed.
  4. nemen Ik de trein naar Brussel.
  5. doen Ik aan judo.
  6. drinken Ik een kopje koffie.
  7. rijden Ik met mijn fiets.
  8. lezen Ik de krant.
  9. spreken Ik met een vriendin.
  10. schrijven Ik een brief.
  11. lopen Ik op het platteland.
  12. kopen Ik een pakje frieten.
  13. staan Ik op de bus te wachten.
  14. eten Ik in een restaurant.
  15. beklimmen Ik een berg.
  16. kijken Ik TV.
  17. hebben Ik een afspraak bij de dokter.
  18. bezoeken Ik een museum.
  19. sluiten Ik de voordeur.
  20. zitten Ik op een bank in het park.
© ~ LDD-Soft.be