(On)scheidbare partikels : oef. 1

Vul het gepaste partikel in.
Kies uit: aan (2x), uit, in (2x), achter, onder, neer, af (2x), over, mee, door (2x), op (2x), toe (2x), om, samen.
Klik op "Corrigeer" om je antwoord te checken. Klik op "Hint" om de volgende letter te hebben.
Dubbelklik op een woord om het online woordenboek te openen!
1) Dat kindje mag zeker niet met een mes spelen, pak het hem !
2) Kunt u nog een beetje melk aan mijn koffie voegen ?
3) Dit jaar zullen we onze vakantie in de Belgische Ardennen brengen.
4) De arbeiders weigerden op het voorstel van de baas te gaan.
5) Nu haar ouders dood zijn, blijft ze alleen .
6) Ik zie dat je chocolade hebt gegeten, je zou je mond moeten vegen.
7) Je kunt je boeken op deze tafel leggen.
8) Toen ik zijn naam riep, draaide hij zich meteen .
9) Hij heeft ons officieel gekondigd dat hij volgende week naar het buitenland vertrekt.
10) Wie zal hun die slechte resultaten durven delen ?
11) Het dringt niet tot haar dat niemand bereid is met haar te werken.
12) Les geven brengt natuurlijk niet veel geld ; leraars zijn idealisten.
13) Wil je je op het examen scheiden, dan moet je eerst de leerstof bestuderen.
14) Piet is weg, wie zal nu zijn plaats nemen ?
15) Zullen we ze allemaal op ons feest nodigen ?
16) Die man heeft zijn zaak helemaal alleen gebouwd, niemand heeft hem geholpen.
17) Voorkomen is beter dan genezen.
18) We hebben een slechte keus gedaan, we hadden andere oplossingen moeten wegen.
19) Ze is niet streng genoeg : ze laat alles !
20) Elke morgen trek ik schone kleren .