Leesvaardigheid : KAN JE ME HELPEN?
Lees de gesprekken en kies de juiste antwoorden op de vragen. Klik daarna op "Controleren".
Als je antwoord verkeerd is, dan komt er een rood kruisje staan rechts van je antwoord.
Klik op dat kruisje om meer informatie te verkrijgen!

TELEFOONGESPREKKEN

 Gesprek A    Gesprek B    Gesprek C    Gesprek D    Gesprek E 

Gesprek A : Frans met Tom Winkelman

T
Met Tom Winkelman.
F
Ja Tom, met Frans. Zeg Tom, even een vraag: Kun je ons volgende week komen helpen?
T
Ja, jullie gaan de dertigste verhuizen hé? Het is me ook wat. Ik zou wel willen komen, maar ik moet dat weekend overwerken. Maar de week daarop heb ik wel tijd en dan is er vast en zeker ook nog genoeg te doen.
F
Tuurlijk, bedankt voor het aanbod.
T
Ja joh, geen probleem.
F
Nou, tot over twee weken dan.
T
Ja, tot dan! Dag!
F
Daag!

Gesprek B : Frans met Vera Heijmans

V
Vera Heijmans.
F
Hallo Vera, met Frans. Is Simon thuis?
V
Ja, een ogenblikje! ... Simon, Frans voor jou aan de telefoon.
S
Hey, Frans, je belt zeker vanwege de verhuizing?
F
Precies! Kan jij zaterdagochtend komen helpen?
S
Jazeker! Als ik maar geen zware dingen hoef te dragen. Ja, ja, ik zit met die rug hé. Maar ik kan wel voor koffie en wat te eten zorgen. Wat vind je ervan?
F
Nou, hartstikke goed idee! Fijn!
S
Oké, tot zaterdag dan!
F
Ja, tot zaterdag, doeg (= doei)!
S
Daag!

Gesprek C : Frans met Maarten

M
Hallo.
F
Maarten, ben jij het? Met Frans!
M
Ja, hoi Frans. Ja, ik voel mij niet zo goed; daarom klinkt mijn stem zo anders.
F
Dat is niet zo mooi. Tja, dan hoef ik je ook niet te vragen of je zaterdag komt?
M
Wat is er zaterdag dan aan de hand?
F
Marijke en ik verhuizen dan toch naar één etage hoger.
M
Ja, daar heb ik helemaal niet meer aan gedacht. Maar afgezien van het feit dat ik niet fit ben, moet ik dat weekend op zakenreis naar Berlijn. Ik kan echt niet.
F
Neen, dat begrijp ik. Nou, het beste. Ik ga Rob wel even bellen.
M
Ja, doe dat! De groeten aan Marijke hé.
F
Doe ik! Tot ziens!
M
Daag!

Gesprek D : Frans met Rob Hoogland

R
Hoogland.
F
Ja, met Frans! Rob, heb jij volgende week tijd? Wij gaan verhuizen en ik kan wel wat hulp gebruiken.
R
Natuurlijk joh! Jij helpt mij toch ook altijd. Om hoe laat moet ik er zijn?
F
Om een uur of acht, lukt dat?
R
Ja, dat is prima. Zal ik mijn gereedschap meenemen? En ik heb ook nog een paar verhuisdozen.
F
Oh ja! Die kunnen we goed gebruiken.
R
Zeg, en euh, moet Ria misschien nog voor koffie zorgen?
F
Neen, dat hoeft niet. Dat doet Simon al.
R
Nou, oké, tot zaterdag dan!
F
Tot zaterdag! Dag Rob!

Gesprek E : Frans met Jos Dekkers

J
Met Jos Dekkers.
F
Ja, met mij!
J
Hey Frans, lang niet gehoord. Hoe is het?
F
Druk hé, volgende week gaan we verhuizen en daarom bel ik je even. Kan je komen helpen?
J
Volgende week. Neen, we gaan vrijdag op vakantie. Twee weken naar Kreta, waar we vorig jaar ook zijn geweest.
F
Nou, dan heb ik pech. Maar een prettige vakantie en laat even wat van je horen als je weer terug bent.
J
Zal ik doen! Trouwens direct na de vakantie heb ik nog een cursus, maar daarna kom ik. Oké?
F
Prima, ik hoor het wel. Dag Jos!
J
Dag!

VRAGEN

  1. Hoe heet de vriendin van Frans?
  2. Wat zijn Frans en zijn vriendin van plan?
  3. Wanneer zijn Frans en zijn vriendin van plan dat te doen?
  4. Op welke dag van de week zullen ze dat doen?
  5. Waarom belt Frans een paar vrienden op?
  6. Wie kan komen?
  7. Welke bewering (= affirmation) is juist?
  8. Waarom kan Maarten niet komen?
  9. Wie wist niets over de verhuizing van Frans?
  10. Wie is Ria?
  11. Wie zal later komen helpen?
  12. Waarom hoeft Ria niet voor koffie te zorgen?
  13. Wanneer precies zal de verhuizing beginnen?
  14. Waarom kan Tom niet komen?
  15. Waar gaan Frans en zijn vriendin wonen?

Teksten : http://cteno.be/  |  Layout en oefening : ©~LDD-Soft.be