Portret van een groenteboer

Het is half twee 's nachts. Willem en Suzanne moeten vroeg opstaan om naar de vroegmarkt te gaan. Daar kopen ze het fruit en de groenten die ze straks op de markt zullen verkopen.

Het is bijna 4 uur in de ochtend als Willem en zijn vrouw op de Brusselse vroegmarkt aankomen. Hier staan veel vrachtwagens uit Spanje, Italië en Frankrijk. De vruchten en groenten die ze meebrengen, werden twee dagen tevoren in die zuiderse landen geplukt.

Willem doet zijn keuze op de markt. Verse sinaasappelen uit Spanje, appelen uit Frankrijk, kiwi's uit Nieuw-Zeeland, bananen uit Brazilië …

En natuurlijk ook lekkere Belgische sla, witlof, worteltjes …
En nu vlug naar de markt in de stad. Hier moeten Willem en Suzanne nog alles klaarmaken voor de verkoop. De eerste klanten komen al om half zeven, in de zomer zelfs om zes uur.

Vanaf 10 uur wordt het heel druk op de markt. Willem en Suzanne werken hard, maar ze blijven glimlachen. De klant is koning!

Eén uur. Oef! Eindelijk verlaten de laatste kopers de markt. Suzanne begint reeds alles in de wagen te zetten. Dan gaan ze met hun tweetjes een kop lekkere, warme soep en een koffie drinken. En dan weer naar huis om te gaan slapen, want morgen moeten ze weer om half twee uit bed voor de volgende markt …

1- In de tekstjes bij de foto's ontbreken woorden. Kan je die invullen?

1. Op de vroegmarkt van staan uit verschillende landen van Europa.

2. Hier kunnen de mensen verse , zoals sinaasappelen, kiwi's enz. en (sla, witlof, worteltjes ...) kopen. Ze komen uit België en uit landen.

3. De markt in de begint al om half , in de zomer zelfs vroeger.

4. Het is . De groenteboeren moeten hard werken, maar ze blijven . Ze willen hun niet verliezen.


   
2- Kan je deze zinnen in de OVT (imperfectum) zetten?

01. Hij [staan] altijd vroeg op.

02. Op de markt [kopen] hij vruchten en groenten.

03. Wim en Els [komen] om 4 uur aan.

04. Mijn vrienden [brengen] allerlei snoepjes mee.

05. Tijdens de vakantie [plukken] we soms lekkere kersen.

06. Welke keuze [doen] hij uiteindelijk?

07. Zijn vrouw [maken] alles klaar.

08. Vanaf 10 uur [worden] het heel druk.

09. Ik [blijven] toch glimlachen.

10. We [verlaten] de markt rond 11 uur.

11. Suzanne [beginnen] reeds alles in de wagen te zetten.

12. Ze [gaan] met hun tweetjes een kopje koffie drinken.


   
3- Wat is het correcte uur? (Volgens de tekst!)

01. Het is heel druk op de markt in de stad.

02. Willem en Suzanne komen op de vroegmarkt aan.

03. De laatste kopers verlaten de markt in de stad.

04. De eerste klanten komen aan op de markt in de stad.

05. Willen en Suzanne staan op.

01.

02.

03.

04.

05.


   
4- Ken je het tegenovergestelde (contraire) van deze woorden?
01. nacht ► 
02. vroeg ► 
03. daar ► 
04. kopen ► 
05. aankomen ► 
06. veel ► 
07. alles ► 
08. eerste ► 
09. vanaf ► 
10. volgende ► 

   
5- Kan je dit in het Frans vertalen?
01. De klant is koning!
02. met hun tweetjes
03. Het is bijna 4 uur in de ochtend.
04. De vruchten werden twee dagen tevoren geplukt.
05. Hij blijft glimlachen.
06. Ik moet vroeg opstaan.
07. Willem doet zijn keuze.
08. Ze komt op de markt aan.
09. Ik moet nog alles klaarmaken.
10. We moeten om 6 uur uit bed.

   
Source : Texte et images "Sleutelgat" - september 1992 - Uitgeverij "De Sikkel" n.v.
Application Web et Exercices : © 2014 - LDD-Soft.be