GRAAG / LIEVER

Exemple: Ik / studeren / spelen
Ik studeer graag, maar ik speel liever.

Tu as droit à 3 essais par phrase ! N'oublie pas la ponctuation et les majuscules !
00 / 20
1. Hij / naar muziek luisteren / aan sport doen
Ta réponse:
Commentaire:

2. Je / talen studeren / wiskunde leren
Ta réponse:
Commentaire:

3. Hij / zwemmen / fietsen
Ta réponse:
Commentaire:

4. We / wandelen / schaatsen
Ta réponse:
Commentaire:

5. Ik / een rok dragen / een broek dragen
Ta réponse:
Commentaire:

6. U / een stuk vlees eten / vis eten
Ta réponse:
Commentaire:

7. Jullie / naar Spanje gaan / naar Frankrijk reizen
Ta réponse:
Commentaire:

8. Ik / knutselen / lezen
Ta réponse:
Commentaire:

9. U / met de trein reizen / met de auto reizen
Ta réponse:
Commentaire:

10. De kinderen / eten vruchten / eten snoepjes
Ta réponse:
Commentaire:

11. Ik / naar een documentaire kijken / naar een film kijken
Ta réponse:
Commentaire:

12. Ik / met Tania spelen / met Sonia spelen
Ta réponse:
Commentaire:

13. Hij / water drinken / vruchtensap drinken
Ta réponse:
Commentaire:

14. Dat meisje / een jurk dragen / een jeans dragen
Ta réponse:
Commentaire:

15. Mijn zus / een mail ontvangen / een brief ontvangen
Ta réponse:
Commentaire:

16. Hij / te voet naar school gaan / met de bus naar school
Ta réponse:
Commentaire:

17. Ik / wiskunde leren / aardrijkskunde leren
Ta réponse:
Commentaire:

18. Mijn ouders / naar Franse films kijken / ik / naar Amerikaanse films kijken
Ta réponse:
Commentaire:

19. Ik / zingen / gitaar spelen
Ta réponse:
Commentaire:

20. Mijn hond / in de zetel slapen / met mij spelen
Ta réponse:
Commentaire:
© 2009 - Luc De Droogh -  LDD-Soft