✶ NEDERLANDS ✶
"Dialogen"

INSTRUCTIONS

  • Clique sur "???" pour afficher les choix!
  • Dans le tableau qui apparaît, choisis la réponse qui convient!
  • Si ta réponse est mauvaise (= fond rouge), une apparaît et tu peux réessayer.
  • Attention, tu n'as droit qu'à erreurs pour tout l'exercice!
  • En cliquant sur "Solutions", tu découvriras les bonnes réponses attendues, mais l'exercice sera bloqué.
Instructions ▼
Solutions
Fouten: 0/
DIALOOG 1
Het is zaterdagmorgen. Inge Claes komt het appartement van An Goeman binnen.
  • Wel, vraagt Inge, zit jij te lezen ?
  • Ja, antwoordt An, ik heb al heel de morgen zitten lezen.
  • En je kat ligt naast je te slapen...
  • O, die ! Die heeft al heel de morgen liggen slapen.
  • Ik kom je halen, zegt Inge. Kom je mee ?
  1. Deze dialoog heeft plaats.
  2. woont op een appartement.
  3. Wat doet An ? Ze .
  4. An heeft al zitten lezen.
  5. Haar slaapt naast haar.
  6. Inge komt An .
DIALOOG 2
Het is zeven uur ’s avonds. De heer Stijnen komt thuis en kijkt op zijn horloge.
  • Je bent zo laat, Herman !, zegt mevrouw Stijnen.
  • Ja, antwoordt haar man, ik heb het vandaag erg druk gehad.
  • O ja ?
  • Ik heb aan de klanten heel wat uit moeten leggen en ik heb hun formulieren in moeten vullen. Ik heb werk voor morgen klaar moeten maken en ik heb nooit rustig na kunnen denken.
  1. Meneer Stijnen komt thuis om 's avonds.
  2. Hij is .
  3. Hij had vandaag werk.
  4. Hij had dingen te doen.
DIALOOG 3
Tom Hoolants vertelt aan zijn vrouw Lena:
  • Verleden week had ik in de stad een nuttig boek gezien. Gisteren ging ik het kopen, maar ik had mijn bril vergeten.
  • Was er dan niemand in de winkel om je te helpen?, vraagt zijn vrouw.
  • Toch wel, antwoordt Tom, na een tijdje kwam een verkoper bij me. Hij had eerst een andere klant geholpen.
  1. De man van Lena heet .
  2. Hij had verleden week een gezien.
  3. Hij ging gisteren naar de winkel terug om het te .
  4. Maar hij had zijn vergeten.
  5. Een heeft hem kunnen helpen.
  6. Die man kwam hem helpen.
DIALOOG 4
Kristel vertelt aan Kaatje Vandijk :
  • Mijn moeder is niet thuis. Ik moet vanavond zelf voor alles zorgen.
  • Kan je dat?, vraagt Kaatje.
  • O ja, antwoordt Kristel. Ik dek zelf de tafel, ik maak zelf het eten klaar en na het eten doe ik zelf de afwas.
  • Doe je dat allemaal zelf?
  • Ja, dat doe ik allemaal zelf. Ik kan zelfs een taart bakken !, zegt Kristel trots.
  1. Kristel moet zelf voor alles zorgen, want haar moeder is .
  2. Kristel d'r vriendin heet .
  3. Kristel kan .
  4. Kristel kan ook .
  5. Na het eten kan ze zelf .
  6. Tenslotte kan Kristel ook .
DIALOOG 5
In het restaurant
O = Ober, W = Wout, E = Else
  • O: Goedenavond, heeft u een keuze kunnen maken ?
  • W: Jazeker. Ik wil graag de hamburger, maar zonder tomaat.
  • O: Een hamburger zonder tomaat. Met friet of een gepofte aardappel ?
  • W: Ik wil graag friet met mayonaise, alstublieft.
  • O: En voor u ?
  • E: En voor mij graag de biefstuk, alstublieft.
  • O: Hoe wilt u de biefstuk gebakken hebben ?
  • E: Licht doorbakken.
  • O: Oké. En wilt u nog iets te drinken ?
  • W: Ja, ik wil graag nog een klein biertje.
  • E: Ik heb nog, dank u wel.
10 minuten later ...
  • O: Ik heb hier een hamburger met friet…
  • W: Die is voor mij, lekker. Dank u wel.
  • O: En een biefstuk voor u… Eet smakelijk !
  • E: Dank u wel !
  • O: Kan ik verder nog iets voor u betekenen ?
  • W: Ja, ik wacht nog op mijn biertje.
  • O: Excuses ! Uw biertje komt er snel aan.
  1. De bestelling van Wout is .
  2. Willen de gasten iets te drinken ?
  3. Wat is juist?
  4. De ober is vergeten te brengen.
Copyright ©2007-. ~ LDD-Soft.be